De stadsnatuur van morgen: biodiversiteit in de Hortus Botanicus

De stadsnatuur van morgen: biodiversiteit in de Hortus Botanicus

Door aanhoudende droogte en hitte hebben traditionele inheemse boomsoorten, zoals monumentale beuken, het zwaar te verduren; grote delen van hun kroon kleuren in de zomer al bruin en ogen verbrand. Omdat steden te maken hebben met een hitte-eilandeffect dat voorloopt op de rest van Nederland, vraagt dit om een andere inrichting van onze groenvoorzieningen. Barbara Gravendeel gebruikt de Leidse Hortus als proeftuin om te onderzoeken welke boomsoorten bestand zijn tegen deze verandering. 

Bomenresistentie tegen klimaatverandering 

Traditionele inheemse bomen dreigen bij structureel extreme zomers te bezwijken. Daarentegen floreren mediterrane en uitheemse soorten juist goed bij de stijgende temperaturen en droogte. De mediterrane steeneik is bijvoorbeeld veel klimaatadaptiever dan onze inheemse eiken. Daarnaast planten sommige uitheemse soorten zich door mildere winters inmiddels massaal voort, zoals de Japanse schijniep waarvan de jonge exemplaren worden opgepot. Via human assisted migration worden dergelijke hittebestendige bomen nu al in de Hortus geplant, zodat er volwassen bomen klaarstaan tegen de tijd dat de rest van Nederland hetzelfde klimaat krijgt. 

Aardhommel Naturalis

Bomen als positieve impuls voor de biodiversiteit

Naast klimaatbestendigheid spelen deze exoten ook een waardevolle rol in het lokale ecosysteem, wat het achterhaalde idee ontkracht dat insecten niets met exoten kunnen. In de Hortus blijken exoten en inheemse soorten al eeuwenlang zij aan zij te bestaan. 

‘Wat ik zo leuk vind, is dat hier exoten soms al eeuwen naast hun inheemse verwanten staan. Neem de Japanse els, die naast onze zwarte els groeit. Op beide leven mineermotten. Je hoort vaak: exoten, daar kunnen onze insecten niks mee. Maar geef ze wat tijd en die beesten leren ze echt wel eten.’ 

Daarnaast onderzoekt de Hortus plant-insectrelaties binnen een nieuw experimenteel buitenlab, onder meer rondom de bedreigde grote vuurvlinder en haar waardplant. Dat zo’n nieuwe voedselrelatie evolutionaire aanpassing kan vergen, is volgens Gravendeel zichtbaar in blad van de Amerikaanse vogelkers in historische herbaria. 

‘Eerst aborteren de vraatgangen vroegtijdig, maar na verloop van tijd worden ze steeds langer totdat de rups de hele cyclus kan voltooien. Dat is echt evolutionaire aanpassing.’ 

Lees hier het volledige artikel op Bionieuws.